F.A.Q.
De Erfgoedcel Antwerpen is volledig opgenomen in de overkoepelende werking van het MAS.
Deze website wordt dus niet meer actief bijgewerkt. Je vindt hier wel nog informatie over de vroegere projecten van de Erfgoedcel Antwerpen. Nieuwe informatie over de Antwerpse erfgoedwerking kan je nu vinden in de rubriek 'MAS in de Stad' op www.mas.be
Dit onderdeel bevat enkele Frequently Asked Questions (F.A.Q.).
Klik op de vraag om het antwoord te zien.
DICE aanvragen
- Vul het aanvraagformulier via www.erfgoedcelantwerpen.be/dice in.
- U krijgt een gebruikersnaam en wachtwoord opgestuurd.
- Met deze gebruikersnaam en dit wachtwoord kunt u het installatiebestand en de handleiding van DICE downloaden via een beveiligde webpagina.
Nee, DICE is volledig gratis te verkrijgen.
Wanneer u een gebruikersnaam en wachtwoord hebt verkregen, kunt u DICE downloaden, installeren en gebruiken.
- Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Erfgoedcel Antwerpen mag u DICE niet verder verspreiden.
- U mag wel altijd verwijzen naar onze website www.erfgoedcelantwerpen.be/dice waar iedereen het aanvraagformulier kan invullen om DICE te verkrijgen.
DICE installeren en verwijderen
Minimale vereisten hardware:
- 1-GHz-processor
- 128 MB geheugen
- 10 MB vrije schijfruimte
Minimale vereisten software:
- Windows 2000 of Windows XP
- Office Pro 2002 of 2003
- Download het bestand setupDICE.exe via www.erfgoedcelantwerpen.be/dice en sla het installatiebestand ergens op waar u het gemakkelijk terugvindt, bijvoorbeeld het Bureaublad of Mijn documenten.
- Dubbelklik op het bestand setupDICE.exe. Het welkomstscherm van het installatieprogramma verschijnt.
- Klik op Volgende om verder te gaan of op Annuleren om de installatie af te breken.
- Selecteer of u een snelkoppeling naar DICE op het bureaublad en/of op de Snel starten werkbalk wenst door een of beide vakjes aan te vinken en klik op Volgende.
- Het voorbereiden van de installatie is nu gereed. Klik op Installeren om de installatie te voltooien of klik op Vorige om instellingen te veranderen.
- Het installatieprogramma heeft de installatie van DICE op uw computer beëindigd. Klik op Voltooien om het installatieprogramma te sluiten. DICE start automatisch op, tenzij u het vakje voor Start DICE uitvinkt.
- DICE is nu geïnstalleerd op uw C-schijf onder de map DICE. Er bevindt zich eveneens een DICE-pictogram in het Windows Start-menu, onder Alle programma's.
Methode 1:
- DICE kunt u verwijderen via het Windows Start-menu. Daar kiest u onder Alle programma's het DICE-pictogram en selecteert u Verwijder DICE.
- Er verschijnt een waarschuwingsvenster. Klik Ja om DICE definitief te verwijderen of Nee om het verwijderen van DICE te annuleren.
Methode 2:
- U kunt DICE ook verwijderen via het Configuratiescherm in Windows. Klik op Software, selecteer DICE 1.0 in de lijst en klik op Verwijderen.
- Ook hier krijgt u het waarschuwingsvenster te zien. Klik Ja om DICE definitief te verwijderen of Nee om het verwijderen van DICE te annuleren.
DICE backuppen en herstellen
- Een back-up is een - eventueel gecomprimeerde (zip) - kopie van uw gegevens.
- Afhankelijk van de regelmaat waarmee uw gegevens worden gewijzigd, is het verstandig om eens per dag, per week of per maand een back-up van uw data te maken. Maak in ieder geval een back-up voordat u gaat importeren, exporteren of een upgrade van de applicatie doorvoert.
- U maakt een back-up door DICE-bestanden te kopiëren naar een cd, een dvd, een zip-schijf, een tape of een andere (externe) harde schijf. Eventueel kunt u de gegevens gecomprimeerd opslaan, zodat ze minder schijfruimte in beslag nemen. Kopieer alle DICE-bestanden (dus de hele DICE-map). Dan bent u zeker dat u alles veiligstelt. Wenst u alleen de gegevens in de database te kopiëren, dan volstaat het om het bestand DiceprogrammaDB.mdb te kopiëren.
Voor alle back-ups geldt dat u af en toe moet natrekken of de back-ups die u hebt gemaakt goed zijn en dat u ze apart bewaart, op een heel andere plaats dan uw originelen.
- Hernoem de oorspronkelijke DICE-map op de harde schijf (bv. DICE_OK).
- Plaats de (ongecomprimeerde) DICE-back-upmap op dezelfde harde schijf.
- Start DICE en controleer of de back-up werkt.
- Verwijder de DICE-back-upmap na het testen om verwarring te voorkomen. Vergeet niet om na het verwijderen van de DICE-back-upmap de naam van de oorspronkelijke DICE-map opnieuw te wijzigen naar DICE.
- Indien een bestand beschadigd is geraakt en u wilt DICE herstellen, plaats dan een goede, werkende back-up van dit bestand terug.
- Indien de beschadiging zich echter in het bestand DiceprogrammaDB.mdb voordoet, bent u wel alle recentste wijzigingen kwijt, omdat de back-up dit bestand zal vervangen. Het is dus belangrijk om regelmatig een back-up van de DICE-map te maken.
- Indien de beschadiging zich in een ander bestand voordoet, blijven de recentste wijzigingen behouden.
DICE foutmeldingen
Wij verzoeken u uitdrukkelijk om foutmeldingen altijd exact door te geven aan de Erfgoedcel Antwerpen (de precieze formulering van de foutmelding en bij voorkeur ook een schermafdruk), zodat wij het probleem bij een volgende upgrade van DICE kunnen verhelpen.
DICE rechten
- Klik in de Access-knoppenbalk op de knop Databasevenster.
- In het Databasevenster dubbelklikt u op de tabel Parameters.
- In de tweede kolom geeft u bij Organisatienummer één van de volgende nummers in:
| Nummer |
Voor... |
| 0 |
Centraal beheer DICE |
| 1 t.e.m. 998 |
een organisatie met dat nummer (op voorwaarde dat die organisatie is ingevoerd) |
| 999 |
leesrechten |
- Sluit en herstart DICE om de gewijzigde rechten te laten gelden.
Records aanmaken, bewerken en verwijderen
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten nadat u reeds onder de knop Organisaties en collecties uw eigen organisatie en eventueel een of meerdere collecties hebt ingevoerd. De recordlijst - ook wel het lijstscherm genoemd - verschijnt. Deze is leeg indien u nog geen objecten hebt ingevoerd.
Selecteer een collectie waartoe het object behoort - indien u een of meerdere collecties hebt ingevoerd - uit de keuzelijst bovenaan op het scherm of laat de velden Collectie en Naam leeg indien u geen collectie hebt ingevoerd.
- Klik op de knop Toevoegen om een nieuw, leeg record te openen. In het nieuwe record ziet u invoervakken of keuzelijsten achter de veldnamen, waarin u gegevens kunt invullen.
- Klik in een van de invoervakken om de cursor erin te plaatsen. U kunt daar nu informatie invoeren door te typen of door een item uit een keuzelijst te kiezen.
Soms is een veld verplicht. Als u bij het opslaan van een record dat veld nog niet hebt ingevuld, dan wordt u daar attent op gemaakt via een foutmelding, en moet u het veld alsnog invullen.
Als u de verplichte velden hebt ingevuld, verschijnen de verschillende tabbladen met bijkomende velden die u kunt invullen.
- Klik op een label van een ander tabblad om de velden daarop te kunnen invullen.
- Klik op de knop OK om dit record te bewaren, of op de knop Annuleren om dit record af te sluiten zonder het op te slaan.
- Inventarisnummer
- Objectcategorie
- Titel
Enkel indien DICE op een netwerkschijf werd geïnstalleerd, kan er met verschillende personen in DICE worden gewerkt.
- Selecteer een record in het lijstscherm of open een record in het detailscherm en klik op de knop Wijzigen om het in bewerkingsmodus te zetten. U kunt nu de inhoud van dit record aanpassen. Eerder ingevulde waarden kunt u verwijderen en eventueel vervangen door iets anders, en u kunt velden die u eerder leeg liet alsnog invullen.
- Klik voor een geselecteerd of getoond record dus op de knop Wijzigen. Het record staat nu in bewerkingsmodus.
- Klik op het veld dat u wilt aanpassen, om de cursor erin te plaatsen. U kunt eventueel de TAB-toets gebruiken om van veld naar veld te springen. Het veld waar de cursor in staat, is het actieve veld.
- Voer wijzigingen in door te typen, een ander item uit een keuzelijst te kiezen en/of eerdere veldinhoud met de Backspace of Delete-toets te verwijderen.
- Klik op de knop OK om uw wijzigingen te bewaren. Als u het record niet opslaat of op de knop Annuleren klikt, zal het in de oude staat in de database bewaard blijven.
- Selecteer een record in het lijstscherm of open een record in het detailscherm en klik op de knop Schrappen om het record te verwijderen.
- DICE vraagt om een bevestiging door op de knop Schrappen bevestigen te klikken.
Let wel: u kunt een verwijdering niet ongedaan maken!
Het record verdwijnt en u keert terug naar het lijstscherm.
- Wanneer u het verwijderen wilt annuleren, kunt u de knop Schrappen annuleren indrukken.
- Selecteer een record in het lijstscherm of open een record in het detailscherm en klik op de knop Kopiëren om het record te kopiëren.
- Klik op de knop Toevoegen om een nieuw, leeg record te openen.
- Klik op de knop Plakken om het gekopieerde record te plakken. Alle velden van het gekopieerde record worden in het nieuwe record overgenomen, inclusief de eventuele afbeelding.
Let wel: u dient unieke sleutels zoals het inventarisnummer aan te passen, anders krijgt u een foutmelding.
U kunt afbeeldingen aan een record toevoegen, als u al afbeeldingsbestanden op uw computer hebt staan, bijvoorbeeld *.jpg-bestanden, en die in de map Afbeeldingen onder de DICE-map hebt geplaatst.
- Maak een nieuw record dat een afbeelding vereist of voeg een afbeelding aan een bestaand record toe via de bewerkingsmodus. Klik in de recordlijst op de knop Toevoegen of de knop Wijzigen.
- Typ op het tabblad Vervaardiging in het veld Bestandsnaam afbeelding de volledige naam van de afbeelding (naam + extensie vb. madonna_met_kind.jpg).
Let wel: de afbeelding moet in de submap Afbeeldingen onder de DICE-map staan. Wanneer u onder de submap Afbeeldingen nog bijkomende mappen hebt aangemaakt en de afbeelding zich in een dergelijke map bevindt, dan moet u ook de mapnaam in het veld invullen.
(vb. schilderijen\madonna_met_kind.jpg)
- Bijkomende afbeeldingen kunt u op het tabblad Extra afbeeldingen in het veld Bestandsnaam invoeren
U kan foto's in bmp, jpeg, png of tiff formaat invoeren. Hoe kleiner het bestand, hoe vlugger het in DICE wordt ingeladen.
- Zorg dat de foto in de map Afbeeldingen onder de map DICE staat.
- Controleer of u de volledige bestandsnaam én de extensie correct hebt ingegeven. Wanneer u gebruik maakt van submappen onder de map Afbeeldingen, dan dient de naam van de submap aan de bestandsnaam vooraf te gaan.
Theoretisch kunnen er een onbeperkt aantal records in DICE worden opgenomen, maar praktisch gezien is het beperkt tot 100.000 records.
De beschrijving van objecten mag maximum 20.000 tekens lang zijn.
Dit kan enkel via het databasevenster. Kies een tabel (vb. Object) en dubbelklik er op. In de velden CreatedBy en CreatedOn kunt u zien wie en wanneer een record heeft aangemaakt. De velden ModifiedBy en ModifiedOn geven weer wie en wanneer een record wijzigde.
Door records bladeren en records sorteren
- In het lijstscherm of detailscherm kunt u doorheen de records bladeren via de pijlknoppen. Klik op deze knoppen om te ontdekken wat er gebeurt: de enkele pijlen tonen het vorige of volgende record, terwijl de pijlen met het streepje ernaast het eerste of laatste record ophalen.
Merk op dat een pijlknop niet kan worden gebruikt als die gedimd (grijs) wordt weergegeven: er is dan geen volgend of vorig record.
- Wanneer in het lijstscherm de lijst te lang is, kunt u er sneller doorheen scrollen door gebruik te maken van de scrollbar rechts op het scherm. U kunt op de pijltjes naar boven of beneden klikken, of het grijze blokje naar onder of boven verschuiven.
- Deze bladerfunctie werkt ook bij zoekresultaten.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het formulier Objecten - ook wel het lijstscherm genoemd - terecht.
- Klik op de knop Filter aanmaken. U krijgt een leeg formulier Objectdetail te zien. Hierop vult u de velden in waarnaar u wenst te zoeken. Voorbeeld: Categorie: beeldhouwwerken
- Klik op de knop Filter uitvoeren waardoor u op het resultaatscherm van uw zoekopdracht terecht komt. Het resultaatscherm herkent u aan de roze streep rechts op het scherm.
- U kunt doorheen de records bladeren via de pijlknoppen. Klik op deze knoppen om te ontdekken wat er gebeurt: de enkele pijlen tonen het vorige of volgende record, terwijl de pijlen met het streepje ernaast het eerste of laatste record ophalen.
Merk op dat een pijlknop niet kan worden gebruikt als die gedimd (grijs) wordt weergegeven: er is dan geen volgend of vorig record.
- Wanneer de lijst te lang is, kunt u er sneller doorheen scrollen door gebruik te maken van de scrollbar rechts op het scherm. U kunt op de pijltjes naar boven of beneden klikken, of het grijze blokje naar onder of boven verschuiven.
- De detailinformatie van een record kunt u opvragen door een record te selecteren en daarna op de knop Detail te klikken.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het lijstscherm (de recordlijst) terecht.
- U kunt de velden Inv.nr., Titel en Beschrijving sorteren door op de knoppen Oplopend sorteren of Aflopend sorteren in de knoppenbalk van Access te klikken.
- Ook zoekresultaten kunt u op een gelijkaardige manier sorteren.
- Wanneer u zich in het detailscherm van een record bevindt, kunt u de meeste velden oplopend of aflopend sorteren. Uiteraard komt u dan terecht in het detailscherm van het record dat werd gesorteerd.
- Om het sorteren ongedaan te maken volstaat het om het venster even te sluiten het opnieuw te openen.
Zoeken naar objecten
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het formulier Objecten - ook wel het lijstscherm genoemd - terecht.
- Klik op de knop Filter aanmaken. U krijgt een leeg formulier Objectdetail te zien. Hierop vult u de velden in waarnaar u wenst te zoeken. Voorbeeld: Categorie: beeldhouwwerken
- Klik op de knop Filter uitvoeren waardoor u op het resultaatscherm van uw zoekopdracht terecht komt. Het resultaatscherm herkent u aan de roze streep rechts op het scherm.
- De detailinformatie van een record kunt u opvragen door een record te selecteren en daarna op de knop Detail te klikken.
- U verwijdert de zoekresultaten door op de knop Filter wegnemen te klikken.
- Wanneer u een zoekvraag hebt uitgevoerd, kunt u de zoekresultaten opslaan door op de knop Filter bewaren te klikken.
- U komt terecht op het formulier Mgr_FilterSave waar u een naam voor uw zoekvraag kunt intypen en kunt aanvinken of de zoekvraag ook door anderen raadpleegbaar mag zijn.
- Klik op OK en uw zoekvraag is opgeslagen.
- U verwijdert de zoekresultaten door op de knop Filter wegnemen te klikken.
- In het lijstscherm kunt u reeds bewaarde zoekresultaten raadplegen door op de knop Filter opzoeken te klikken.
- U komt in het formulier Mgr_Filters terecht waar u een zoekresultaat kunt kiezen en daarna op de knop Edit Filter dient te klikken. Nu kunt u eventueel het zoekresultaat nog verfijnen door bijkomende velden in te vullen op het lege detailscherm.
- Door uiteindelijk op de knop Filter uitvoeren te klikken, wordt het zoekresultaat weergegeven.
- In het lijstscherm dient u reeds bewaarde zoekresultaten op te roepen door op de knop Filter opzoeken te klikken.
- U komt in het formulier Mgr_Filters terecht waar u een zoekresultaat kunt kiezen en daarna op de knop Schrappen dient te klikken.
- DICE vraagt een bevestiging door op de knop Schrappen bevestigen te klikken.
- Wanneer u de knop Annuleren indrukt, wordt het zoekresultaat niet verwijderd.
- Start de DICE-applicatie. Die opent met het zogenaamde Hoofdmenu.
- Klik op de knop Algemene gegevens. Het formulier Algemene gegevens opent.
- Door op de knop Objectnamen te klikken, komt u op het formulier Objectnamen terecht waardoor u een lijst met alle objectnamen te zien krijgt.
- U kunt doorheen de objectnamen bladeren via de pijlknoppen. Klik op deze knoppen om te ontdekken wat er gebeurt: de enkele pijlen tonen het vorige of volgende record, terwijl de pijlen met het streepje ernaast het eerste of laatste record ophalen.
Merk op dat een pijlknop niet kan worden gebruikt als die gedimd (grijs) wordt weergegeven: er is dan geen volgend of vorig record.
- Wanneer de lijst te lang is, kunt u er sneller doorheen scrollen door gebruik te maken van de scrollbar rechts op het scherm. U kunt op de pijltjes naar boven of beneden klikken, of het grijze blokje naar onder of boven verschuiven.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het formulier Objecten - ook wel het lijstscherm genoemd - terecht.
- Klik op de knop Filter aanmaken. U krijgt een leeg formulier Objectdetail te zien. Kies de naam van een gezocht object uit de lijst in het keuzevak Naam en klik op de knop Filter uitvoeren. Kies bijvoorbeeld: acrylverfschildering.
- DICE vindt het aantal records dat als objectnaam affiche heeft. Als u een andere zoeksleutel hebt gekozen, kan het zijn dat er helemaal geen beschrijvingen worden gevonden, of een groot aantal, of precies één.
- Het resultaatscherm (lijstscherm) opent en toont alle records met de objectnaam "acrylverfschildering".
- Als er geen records werden gevonden, dan komen er geen beschrijvingen van acrylverfschilderingen in de database voor.
- Selecteer een record en klik op de knop Detail om de detailinformatie op te vragen.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het formulier Objecten - ook wel het lijstscherm genoemd - terecht.
- Klik op de knop Filter aanmaken. U krijgt een leeg formulier Objectdetail te zien.
Typ één of meer woorden (of de eerste letters daarvan) van de objecttitel(s) die u zoekt.
• Als u één term of de eerste letters daarvan opgeeft, voorafgegaan en/of gevolgd door % dan doorzoekt DICE alle titels op het vóórkomen van woorden die met die term of letters beginnen.
• Als u ongetrunceerd wilt zoeken, dus wanneer de sleutel die u opgeeft het hele woord moet zijn, en niet het begin ervan, typ die sleutel volledig in, bijvoorbeeld: schilder.
- Als u meerdere termen of de eerste letters daarvan opgeeft, dan voert u een meer specifieke zoekopdracht uit. DICE zal zoeken naar objecttitels waarin alle of zoveel mogelijk van de opgegeven termen voorkomen, in de juiste volgorde. Als u dus bijvoorbeeld invoert: %de %bist%, dan vindt DICE bijvoorbeeld het record met de objecttitel: Hoek Peter De Dekenstraat - Bist met staande wip
U kunt een nieuwe zoekopdracht uitvoeren in het zoekresultaat van de vorige zoekopdracht, en zo beide opdrachten combineren.
Zoeken op Objectnaam én Objecttitel:
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten. U komt op het formulier Objecten - ook wel het lijstscherm genoemd - terecht.
- Klik op de knop Filter aanmaken. U krijgt een leeg formulier Objectdetail te zien. Kies de naam van een gezocht object uit de lijst in het keuzevak Naam en typ een titel of deel van een titel in voorafgegaan en/of gevolgd door %. Klik op de knop Filter uitvoeren. Kies bijvoorbeeld: Objectnaam: acrylverfschildering en Objecttitel: %dans%.
- DICE vindt het aantal records dat als objectnaam acrylverfschildering en in de objecttitel dans heeft. Als u een andere zoeksleutel hebt gekozen, kan het zijn dat er helemaal geen beschrijvingen worden gevonden, of een groot aantal, of precies één.
- Het resultaatscherm (lijstscherm) opent en toont alle records met de objectnaam "acrylverfschildering" en de objecttitel "dans".
Gekoppelde velden en formulieren
- Maak een nieuwe record aan of ga naar de detailweergave van een bestaand record.
- Gekoppelde velden herkent u aan de knop Detail en de grijze kleur van een dergelijk veld. Dit betekent dat u in het veld zelf niets kunt invullen, maar eerst naar een gekoppeld formulier moet gaan door op de knop Detail te klikken, waar u dan bijkomende velden kunt invullen.
Een voorbeeld is het veld Huidige toestand op het tabblad Technische gegevens. Wanneer u op de knop Detail klikt, komt u op het formulier Toestandshistoriek terecht.
- U kunt een nieuwe toestand invoeren door op de knop Toevoegen te klikken en de lege velden in te vullen of een item uit een keuzelijst te selecteren.
- Wanneer u daarna op de knop OK klikt en het formulier sluit door de knop Sluiten in te drukken, komt u terug in het record en ziet u de toestand in het veld Huidige toestand staan.
- U kunt het invullen van een gekoppeld veld ook annuleren door de knop Annuleren in te drukken.
- Bewerk een bestaand objectrecord of maak een nieuw record aan (zie afbeelding).
- Klik op de knop Detail naast bijvoorbeeld de keuzelijst Categorie. Nu komt u terecht in het gekoppelde formulier Objectcategorieën waar u gemakkelijk een term kunt terugvinden door te bladeren, te scrollen of oplopend/aflopend te sorteren.
- Na het sluiten van het gekoppelde formulier kunt u de gevonden term in de keuzelijst selecteren om zo het gekoppelde veld in te vullen.
- Ga naar een gekoppeld formulier door de knop Detail in te drukken of via het Hoofdmenu door op een knop van de Randgegevens te klikken. Voorbeeld Vervaardigers.
- Klik op de knop Toevoegen om een vervaardiger toe te voegen door de velden in het formulier Vervaardigersdetail in te vullen.
- Klik op de knop OK om de gegevens te bewaren of op de knop Annuleren om de gegevens niet te bewaren.
- Wanneer u nu terugkeert naar het formulier Vervaardigers ziet u de ingevoerde vervaardiger staan.
- Ga naar een gekoppeld formulier door de knop Detail in te drukken of via het Hoofdmenu door op een knop van de Randgegevens te klikken. Voorbeeld Vervaardigers.
- Klik op de knop Wijzigen om de gegevens van een vervaardiger te bewerken door de inhoud van de velden in het formulier Vervaardigersdetail te veranderen.
- Klik op de knop OK om de gewijzigde gegevens te bewaren of op de knop Annuleren om de gewijzigde gegevens niet te bewaren.
- Wanneer u nu terugkeert naar het formulier Vervaardigers ziet u de gewijzigde vervaardiger staan.
- Ga naar een gekoppeld formulier door de knop Detail in te drukken of via het Hoofdmenu door op een knop van de Randgegevens te klikken. Voorbeeld Vervaardigers.
- Klik op de knop Schrappen om een vervaardiger te verwijderen.
- DICE vraagt om een bevestiging door op de knop Schrappen bevestigen te klikken. Klik op de knop Schrappen Annuleren om de vervaardiger niet te verwijderen.
- Wanneer u nu terugkeert naar het formulier Vervaardigers ziet u dat de vervaardiger is verwijderd.
- Indien u in een gekoppeld veld een term intypt die niet in de keuzelijst voorkomt en dus ook niet in het formulier waaraan het veld gekoppeld is, krijgt u de volgende een foutmelding. Dit voorkomt dat u foutieve termen of termen met spellingsfouten invoert.
- U kunt een term die wel in de keuzelijst voorkomt intypen of selecteren uit de lijst. Zo komt die term in het gekoppelde veld te staan.
Verbanden tussen records
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten.
- Klik in het lijst- of detailscherm van een record op de knop Verbanden. U komt op het nog lege formulier Verbanden terecht.
- Klik op de knop Toevoegen om een verband tussen records te leggen. In het formulier Verbanddetail kunt u moeder- en dochterobjecten uit dezelfde of verschillende organisaties selecteren en de aard van de relatie in het veld Verbondenheid ingeven.
- Klik op de knop OK om het verband tussen beide records te bewaren of op de knop Annuleren om geen verband te leggen.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten.
- Klik in het lijst- of detailscherm van een record waarvan u weet dat het met een ander record is verbonden op de knop Verbanden. U komt op het formulier Verbanden terecht waarop u ziet met welke andere record het record verbonden is en wat de aard van verbondenheid inhoudt.
- Klik op de knop Wijzigen om het verband tussen de records te wijzigen. U komt terecht in het formulier Verbanddetail waar u de gegevens kunt aanpassen.
- Klik op de knop OK om de wijzigingen te bewaren of op de knop Annuleren om geen wijzigingen door te voeren.
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten.
- Klik in het lijst- of detailscherm van een record waarvan u weet dat het met een ander record is verbonden op de knop Verbanden. U komt op het formulier Verbanden terecht waarop u ziet met welke andere record het record verbonden is en wat de aard van verbondenheid inhoudt.
- Klik op de knop Schrappen om het verband tussen de records te verwijderen.
- Klik op de knop Schrappen bevestigen om het verband tussen de records te verwijderen of op de knop Schrappen Annuleren om het verband te behouden.
Afdrukken van rapporten
Een objectsteekkaart
- Om een objectsteekkaart af te drukken, ga naar het detailscherm van een record en klik op de knop Objectsteekkaart.
- U komt nu op het rapport Objectsteekkaart terecht. Om deze steekkaart af te drukken, klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer, het afdrukbereik en het aantal exemplaren en klik op OK om af te drukken of op Annuleren om het afdrukken te annuleren.
- U kunt de objectsteekkaart ook naar een bestand afdrukken door een vinkje te plaatsen voor Afdrukken naar bestand.
- Indien u een virtuele printer zoals Adobe Acrobat distiller hebt geïnstalleerd, kunt u de objectsteekkaart ook naar een PDF-bestand afdrukken.
Meerdere objectsteekkaarten
- Om meerdere objectsteekkaarten af te drukken, ga naar het lijstscherm en klik op de knop Objectsteekkaarten.
- U komt nu op het rapport Objectsteekkaarten terecht. Om de steekkaarten van alle (of enkele) records af te drukken, klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer, het afdrukbereik en het aantal exemplaren en klik op OK om af te drukken of op Annuleren om het afdrukken te annuleren.
- U kunt de objectsteekkaarten ook naar een bestand afdrukken door een vinkje te plaatsen voor Afdrukken naar bestand.
- Indien u een virtuele printer zoals Adobe Acrobat distiller hebt geïnstalleerd, kunt u de objectsteekkaarten ook naar een PDF-bestand afdrukken.
- Klik in het lijstscherm op de knop Fotoboek. U komt terecht in het rapport Fotoboek waar u een overzicht krijgt van de afbeeldingen die aan de records zijn gekoppeld, voorzien van de objecttitel, de vervaardiger, het inventarisnummer en het copyright van de afbeelding. Per pagina zijn 12 foto's voorzien.
- Om het fotoboek van alle (of enkele) records af te drukken, klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer, het afdrukbereik en het aantal exemplaren en klik op OK om af te drukken of op Annuleren om het afdrukken te annuleren.
- U kunt het fotoboek ook naar een bestand afdrukken door een vinkje te plaatsen voor Afdrukken naar bestand.
- Indien u een virtuele printer zoals Adobe Acrobat distiller hebt geïnstalleerd, kunt u het fotoboek ook naar een PDF-bestand afdrukken.
- Klik in het lijstscherm op de knop Lijst van objecten. U komt terecht in het rapport Lijst van objecten waar u een overzicht krijgt van de records met beperkte informatie.
- Om de objectenlijst van alle (of enkele) records af te drukken, klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer, het afdrukbereik en het aantal exemplaren en klik op OK om af te drukken of op Annuleren om het afdrukken te annuleren.
- U kunt de objectenlijst ook naar een bestand afdrukken door een vinkje te plaatsen voor Afdrukken naar bestand.
- Indien u een virtuele printer zoals Adobe Acrobat distiller hebt geïnstalleerd, kunt u de objectenlijst ook naar een PDF-bestand afdrukken.
- Klik in het lijstscherm op de knop Lijst met verzekeringswaarde. U komt terecht in het rapport Objectverzekeringswaarde waar u een overzicht krijgt van de verzekeringswaarde van alle objecten.
- Om de lijst met verzekeringswaarde van alle (of enkele) records af te drukken, klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer, het afdrukbereik en het aantal exemplaren en klik op OK om af te drukken of op Annuleren om het afdrukken te annuleren.
- U kunt de lijst met verzekeringswaarde ook naar een bestand afdrukken door een vinkje te plaatsen voor Afdrukken naar bestand.
- Indien u een virtuele printer zoals Adobe Acrobat distiller hebt geïnstalleerd, kunt u de lijst met verzekeringswaarde ook naar een PDF-bestand afdrukken.
Records exporteren en importeren
DICE exportfunctie
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Gegevens exporteren.
- Alle records van de eigen organisatie die zich nu in DICE bevinden, worden geëxporteerd naar verschillende Excel-bestanden onder de map DICE.
- Deze Excel-bestanden kunt u verder gebruiken, bewerken of afdrukken.
Access exportfunctie
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Objecten.
- Klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Exporteren.
- Kies de locatie en het formaat waarnaar de records moeten worden geëxporteerd, in het venster formulier Objecten exporteren naar. Voorbeeld XML-documenten (.xml) of tekstbestanden (.csv of .txt).
- Klik op de knop Alles exporteren.
- De bestanden zijn geëxporteerd.
Let wel:
- Wanneer u naar XML exporteert, maakt het niet uit of u vanuit het lijstscherm of vanuit het detailscherm van een record exporteert. Alle gegevens van alle records worden geëxporteerd. Bij gekoppelde velden worden wel enkel de (numerieke) verwijzingen naar de formulieren waaraan die velden zijn gekoppeld, overgenomen en niet de tekst zelf.
- Wanneer u naar CSV/TXT exporteert, worden vanuit het lijstscherm enkel die beperkte gegevens geëxporteerd. Vanuit het detailscherm worden wel alle gegevens van alle records geëxporteerd. Bij gekoppelde velden wordt wel de inhoud van de velden mee geëxporteerd.
Merk op dat als u naar CSV-formaat exporteert, en u het resulterende bestand de extensie .csv geeft, u dit bestand in MS Excel kunt openen.
DICE importfunctie
- Klik in het Hoofdmenu op de knop Gegevens importeren.
- Alle records die zich in de Excel-bestanden onder de map DICE bevinden, worden geïmporteerd in DICE.
- De records kunt u nu verder in DICE gebruiken, bewerken of afdrukken.
Access importfunctie
- Klik op het menu Bestand in de menubalk.
- Kies de optie Externe gegevens ophalen - Importeren.
- Kies de locatie en het doelbestand waaruit de records moeten worden geïmporteerd, in het venster Importeren.
- Klik op de knop Importeren.
- De bestanden zijn geïmporteerd.
Andere vragen
DICE wordt door de Erfgoedcel Antwerpen en haar partners ondersteund.
|